‘Voordeel’ overdrachtsbelasting bij verkoper, bij snelle doorverkoop
Geplaatst: 16 mei 2011
Wanneer u binnen zes maanden een bestaand onroerend goed doorverkoopt, kunt u een beroep doen op artikel 13 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer. Dit artikel houdt rekening met de door u betaalde overdrachtsbelasting over de eerdere verkrijging. De verkrijger van uw onroerend goed betaalt slechts overdrachtsbelasting over het verschil tussen de verkoopprijs van de eerste en de tweede verkrijging. Vaak komen de verkoper en de verkrijger dan overeen dat de verkrijger dit voordeel afstaat aan de verkoper. Over dit aan de verkoper betaalde voordeel is vanwege een goedkeuring geen overdrachtsbelasting verschuldigd.
Met ingang van 1 juli 2011 verandert dit en is de verkrijger ook overdrachtsbelasting verschuldigd over deze doorbetaling.
Voorbeeld:
Binnen zes maanden wordt een woning twee keer verkocht:
overdracht van A naar B: € 300.000
overdracht van B naar C: € 320.000
B en C komen overeen dat C de overdrachtsbelasting van de eerste verkrijging, vergoedt aan B.
De heffing van de overdrachtsbelasting is dan als volgt:
ten laste van B: 6% x € 300.000 = € 18.000
ten laste van C: 6% x (€ 320.000 – € 300.000) = € 1.200
In verband met de opgenomen last vergoedt C € 18.000 aan B. Dit vormt voor C een last die onderdeel uitmaakt van zijn tegenprestatie. De waarde van de tegenprestatie bedraagt vervolgens € 338.000 (€ 320.000 + € 18.000).
Met ingang van 1 juli 2011 zal C in deze situatie extra overdrachtsbelasting verschuldigd zijn, te weten € 1.080 (6% x € 18.000). De totale overdrachtsbelasting van C is dan € 2.280 (6% x € 338.000).
Wij merken op dat als crisismaatregel de reguliere termijn van zes maanden tijdelijk is verlengd tot twaalf maanden. Voorwaarde is echter wel dat de eerste verkrijging van het onroerend goed na 1 januari 2011 heeft plaatsgevonden.
Bron: Besluit Minister van Financiën van 14 september 2010, nr. DGB2010/3544M








