Verkrijging economisch eigendom onder voorbehoud van stille reserves is volledig belast met overdrachtsbelasting
Geplaatst: 13 oktober 2009
Voor de Hoge Raad is de volgende zaak voorgelegd:
Zes minderjarige kinderen en een B.V., waarvan de ouders de aandeelhouders zijn, gaan een C.V. aan waarbij de B.V. optreedt als beherend vennoot en de kinderen als stille vennoten. De B.V. brengt onder voorbehoud van stille reserves, tegen de boekwaarde, de eigendom van een onroerende zaak in de C.V. in. Na inbreng in de C.V. verkrijgen de kinderen bij een waardestijging van de onroerende zaak recht op een deel van deze nieuwe waardestijging. Hierdoor is bij de inbreng van de onroerende zaak in de C.V. overdrachtsbelasting verschuldigd bij de kinderen.
De vraag die voorligt, is of de kinderen overdrachtsbelasting verschuldigd zijn over de boekwaarde van de onroerende zaak of de veel hogere waarde in het economisch verkeer. De Hoge Raad oordeelt dat in de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 geen mogelijkheid is opgenomen om rekening te houden met een voorbehoud van stille reserves bij de inbreng. Hierdoor is overdrachtsbelasting verschuldigd over de (hogere) waarde in het economisch verkeer.
Kortom: Voorbehoud van stille reserves bij inbreng resulteert niet in lagere overdrachtsbelasting.
Bron: Uitspraak van de Hoge Raad d.d. 9 oktober 2009, nr. 08/02257.








