Column: Sprinkhanenbelasting
Geplaatst: 17 mei 2011
“Het zijn net sprinkhanen die bedrijven leegvreten en dan weer weggaan.” Met deze stevige uitspraak toonde toenmalig minister van Economische Zaken Joop Wijn vijf jaar geleden zijn afkeer van de buitenlandse fondsen die Nederlandse bedrijven opkopen. Wat neutraler worden deze, veelal wereldwijd opererende, bedrijven venture capitalists ofwel durfkapitalisten genoemd. Bekende namen zijn KKR, Apax en CVC. Tal van iconen van het Nederlandse bedrijfsleven – van Bijenkorf, V&D en VNU tot PCM, Numico en Van Gansewinkel – zijn de afgelopen jaren ingelijfd door een durfkapitalist. Vaak slechts voor een paar jaar, want de horizon van de opkoper is kort en de rendementsdoelstelling hoog. Neem de overname van PCM door Apax in 2004. Krap drie jaar later werd PCM alweer verkocht. In de tussentijd was wel het eigen vermogen van PCM verdwenen als sneeuw voor de zon (van 268 miljoen positief tot 25 miljoen negatief). De vergelijking van Joop Wijn met een vraatzuchtige zwerm sprinkhanen was dan ook zo gek nog niet.
Het optreden van de durfkapitalisten roept op verschillende gronden kritiek en weerzin op. Ten eerste het chauvinistische gevoel dat ‘Hollands Glorie’ wordt uitverkocht aan het buitenland. Zeker als we hier ook de verkoop van KLM en (tijdelijk) ABN Amro bij betrekken. Ten tweede is er de kritiek dat de opkopers zich totaal niets aantrekken van de belangen van de overgenomen bedrijven, hun werknemers, klanten en leveranciers. Het enige wat telt, is het aandeelhoudersrendement, met als gevolg dat gezonde bedrijven binnen de kortste keren in grote problemen komen – zie het voorbeeld van PCM.
Een derde kritiekpunt betreft de fiscaliteit. Bij de overname worden zowel het overgenomen bedrijf als de overnemende holdingvennootschap overladen met schulden. Dat kunnen zowel leningen van banken zijn als van de overnemer zelf. De rente op die schulden is in beginsel aftrekbaar van de Nederlandse winst en verlaagt daarmee de belastingdruk op de winst van het overgenomen bedrijf. Dat is natuurlijk helemaal voordelig als de rente bij de ontvanger (bijvoorbeeld een vennootschap in een belastingparadijs) nauwelijks wordt belast. Om dit soort opzetjes te voorkomen is de belastingwet al meerdere keren aangepast. Keer op keer blijken de anti-misbruikregels echter niet sluitend te zijn. En wat nog erger is: de renteaftrekbeperking is zo geformuleerd dat doodgewone Nederlandse ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf er ook tegenaan kunnen lopen. Als de BV van dochter rente betaalt aan de BV van haar vader kan het zo maar gebeuren dat de rente bij de betalende BV niet aftrekbaar is, maar bij de ontvangende BV wél belast. Dat is nooit de bedoeling geweest, maar belastingwetgeving mag niet discrimineren en daarom geldt de aftrekbeperking ook in puur binnenlandse situaties. Staatssecretaris van Financiën Frans Weekers heeft in zijn onlangs gepresenteerde Fiscale Agenda aangekondigd later dit jaar met een nieuw wetsvoorstel te komen. In Den Haag spreekt men al van de ‘sprinkhanenbelasting’. Hopelijk wordt het probleem van de renteaftrek nu voor eens en altijd geregeld, zodat er eindelijk rust aan het fiscale front komt. En zorg er alsjeblieft voor dat de ondernemers in het mkb er geen last meer van hebben.








Wil Vennix, fiscaal vennoot bij De Beer Accountants & Belastingadviseurs, schrijft al ruim tien jaar fiscale columns voor diverse dagbladen. Aanvankelijk voor Brabants Dagblad, sinds 2007 ook voor de overige Wegener-dagbladen. Naast Brabants Dagblad zijn dat Eindhovens Dagblad, BN-deStem, Twentsche Courant Tubantia, De Stentor, De Gelderlander en de PZC (totale oplage plm. 850.000). Elke vier weken publiceert Wil een artikel, waarin op toegankelijke wijze verslag wordt gedaan van actuele ontwikkelingen op het gebied van belastingen.