Column: Van uitstel komt (hopelijk) afstel
Geplaatst: 24 februari 2011
Ons wordt al van jongs af aan geleerd dat uitstellen niet goed is. “Van uitstel komt afstel” en “Stel niet uit tot morgen wat je vandaag kan doen.” De boodschap is kraakhelder: uitstellen is slecht en afstellen al helemaal! Behálve… als het om de belasting gaat, want dan is uitstel ineens het hoogst haalbare. Of beter: het op één na hoogst haalbare, want het summum is een volledig afstel van heffing. Particulieren hebben niet zo veel mogelijkheden tot uitstel, maar bedrijven des te meer. De meeste ondernemingen zijn voortdurend bezig met uitstel en afstel van belastingheffing. Ga maar na: je koopt een bedrijfspand en gaat er op afschrijven. De boekwaarde van het pand daalt door de afschrijving, maar de werkelijke waarde zal in de regel eerder stijgen dan dalen. En zie daar: een stille reserve is geboren. Over die stille reserve ofwel meerwaarde moet ooit belasting worden betaald. Vraag is alleen: wanneer? Fiscaal hoef je pas af te rekenen bij verkoop van het pand en ook dan zijn er manieren om aan afrekening te ontkomen. Bijvoorbeeld door de herinvesteringsreserve toe te passen. De stille reserve wordt dan doorgeschoven naar het nieuwe pand. De fiscale claim blijft zo intact, maar de daadwerkelijke afrekening wordt wel weer jaren uitgesteld.
�
Een bijzondere vorm van uitstel van belastingheffing is de bedrijfsopvolgingsregeling in de inkomstenbelasting. Op de winstreserves in een BV rust meestal een belastingclaim van 25 procent (de aanmerkelijkbelangheffing van box 2). Als de aandelen geschonken worden of vererven, kan die claim worden doorgeschoven naar de nieuwe aandeelhouder. Voorwaarde is wel dat de BV een onderneming drijft; het mag dus niet om beleggingsvermogen gaan. Verder moet de onderneming na de schenking of vererving minimaal vijf jaar worden voortgezet. Voor eenmanszaken, maatschappen en firma’s is de regeling nog ruimer. Behalve bij schenking en vererving mag de belastingclaim dan namelijk ook bij een gewone verkoop van het bedrijf worden doorgeschoven. Hierbij geldt de eis dat de overnemer ten minste drie jaar in het bedrijf heeft meegewerkt als vennoot of werknemer. Doordat de verkoper niet hoeft af te rekenen over de doorgeschoven stille reserves, kan hij de overnemer een flinke korting op de koopsom aanbieden. De overnemer moet de rekensom maken of die korting groot genoeg is om de deal ook voor hem interessant te maken. Voordeel is dat hij minder hoeft te financieren, nadeel dat hij ‘ooit’ zal moeten afrekenen over de doorgeschoven stille reserves.
Voor de schenk- en erfbelasting kennen we een vergelijkbare bedrijfsopvolgingsregeling. Die heeft als groot voordeel dat hier geen sprake is van uitstel maar van echt afstel. De bespaarde schenk- of erfbelasting komt immers later niet alsnog aan de orde, zoals bij de inkomstenbelasting wel het geval is. Wel of geen toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling kan dan ook zeer grote financiële gevolgen hebben. Aangezien de schenk- of erfbelasting van ouders naar kinderen al snel 20 procent bedraagt, gaat het vaak over éénvijfde van de waarde van het bedrijf. In combinatie met de inkomstenbelasting komt het financiële belang al snel op 40 procent uit. Het is dus van groot belang om tijdig te regelen dat te zijner tijd een beroep kan worden gedaan op de bedrijfsopvolgingsregelingen. Dát zou ik maar niet uitstellen!








Wil Vennix, fiscaal vennoot bij De Beer Accountants & Belastingadviseurs, schrijft al ruim tien jaar fiscale columns voor diverse dagbladen. Aanvankelijk voor Brabants Dagblad, sinds 2007 ook voor de overige Wegener-dagbladen. Naast Brabants Dagblad zijn dat Eindhovens Dagblad, BN-deStem, Twentsche Courant Tubantia, De Stentor, De Gelderlander en de PZC (totale oplage plm. 850.000). Elke vier weken publiceert Wil een artikel, waarin op toegankelijke wijze verslag wordt gedaan van actuele ontwikkelingen op het gebied van belastingen.