Column: Het H-woord…

Geplaatst: 18 mei 2010

Met de tweedekamerverkiezingen in het verschiet ontkom ik er niet aan om ook mijn bijdrage te leveren aan de discussie over de toekomst van de hypotheekrenteaftrek. Ik begin met de vaststelling dat het nogal wat uitmaakt of je hier met een fiscaal-theoretische blik naar kijkt of vanuit een politiek perspectief. In de fiscale wetenschap kan je het inmiddels nauwelijks nog maken om vóór behoud van de renteaftrek te pleiten. Dit blijkt ook uit het rapport van de commissie-Van Weeghel, die in opdracht van het kabinet een voorstudie heeft verricht naar verschillende scenario’s voor een herziening van het Nederlandse belastingstelsel. In haar rapport meldt de commissie dat de ingezonden adviezen van prominente fiscale wetenschappers unaniem zijn in de afkeuring van het huidige systeem. De eigen woning hoort principieel niet in box 1 thuis, daarover bestaat brede consensus. Over wat er dan wél moet gebeuren, denken de hooggeleerde fiscalisten overigens zeer verschillend. De commissie-Van Weeghel sluit zich aan bij de heersende fiscale opvatting en stelt vast dat inperking van de hypotheekrenteaftrek onontkoombaar is. Het belangrijkste argument daarvoor is dat het huidige systeem overfinanciering bevordert. Niet het bezitten van een eigen woning wordt gestimuleerd, maar het hebben (en zo lang mogelijk houden) van een zo hoog mogelijke schuld! Je wordt in Nederland zo ongeveer voor gek verklaard als je niet een maximale hypotheek neemt of als je op je lening jaarlijks wil aflossen. Om de renteaftrek optimaal te houden wordt vooral niet afgelost op de hypotheek, maar wordt in een apart potje – ook weer fiscaal voordelig – vermogen opgebouwd om de lening op enig moment te kunnen aflossen. Als in dat aparte potje ouderwets gespaard wordt, is het ook zeker dat de beoogde aflossing aan het eind van de rit mogelijk is. Maar sinds de euforie van de alsmaar stijgende beurskoersen eind jaren ’90 is het steeds gebruikelijker geworden om het genoemde potje in aandelen te beleggen. Dat ging goed tot in plaats van het geprognosticeerde rendement van acht procent ineens veertig procent verlies werd geleden op de aandelen. De toekomstige aflossing komt zo ernstig in het geding. De commissie is zo verstandig om te pleiten voor een geleidelijke beperking van de renteaftrek. Niet alleen omdat mensen die langjarige verplichtingen zijn aangegaan, rechtszekerheid moet worden geboden maar ook om schokeffecten op de woningmarkt te voorkomen. De commissie wil een systeem dat, anders dan de huidige regeling, stimuleert dat mensen op de lening aflossen. Het beoogde eindplaatje is dat de woning (en de daarop drukkende lening) in box 3 valt, net als de overige vermogensbestanddelen als spaargeld, effecten en vakantiewoningen. De extra opbrengst als gevolg van de beperking van de renteaftrek wil de commissie in de vorm van een tariefverlaging laten terugvloeien naar de burgers. In de politiek wordt helaas zelden gediscussieerd op basis van de argumenten zoals hiervoor geschetst. De – ingewikkelde – werkelijkheid wordt versimpeld tot een ouderwetse links-rechtstegenstelling: rechts verwijt links te willen potverteren, links beschuldigt rechts dat het de rijken nog rijker wil maken. Lekker simpel en goed voor de profilering richting kiezers, maar een oplossing voor het reële probleem van de hypotheekrenteaftrek biedt het niet.