Column: Het keuzetestament

Geplaatst: 23 maart 2010

Zelden is een juridische term zo snel ingeburgerd geraakt als afgelopen weken de ‘tweetrapsmaking’. Met dank aan het tv-programma Radar is deze testamentvorm momenteel het gesprek van de dag. Nog een geluk trouwens dat de voorheen gebruikte Latijnse term ‘fideï-commis de residuo’ vervangen is door een Nederlandse benaming…! Maar goed, waar hebben we het over? De tweetrapsmaking is een testamentvorm die al zeer oud is. Het komt erop neer dat de erflater in zijn testament niet alleen bepaalt wat er bij na zijn eigen dood met zijn geld moet gebeuren, maar ook al vastlegt aan wie bij het overlijden van zijn erfgenaam het dan resterende vermogen zal toekomen. In de praktijk zag je deze testamentvorm vooral bij vererving naar ongehuwde kinderen. De ouders bepaalden dan nu reeds dat na het overlijden van dat kind de erfenis naar diens broers en zussen of neven en nichten zou gaan. Voordeel voor de erfbelasting is dan dat men bij het tweede overlijden wordt geacht te erven van de oorspronkelijke erflater, hetgeen tot 1 januari een groot tariefvoordeel tot gevolg had. De revival die de tweetrapsmaking momenteel meemaakt, ligt op een totaal ander vlak. De tweetrapsmaking wordt namelijk gepropageerd als testament ter bescherming van de langstlevende. Bij het overlijden van de eerste ouder gaat het totale vermogen naar de langstlevende en krijgen de kinderen niets, ook geen papieren vordering. De echtgenoot of partner heeft voor de erfbelasting een vrijstelling van maar liefst 6 ton, dus tot een gezamenlijk vermogen van 1,2 miljoen euro (uitgaande van gemeenschap van goederen) hoeft geen erfbelasting te worden betaald. Zeker als het vermogen grotendeels in de woning of andere niet-liquide bezittingen zit, is dat een goede zaak. Aldus bezien heeft de tweetrapsmaking louter voordelen, maar helaas gaat die vlieger niet op. Na het eerste overlijden volgt immers nog een tweede overlijden en dan gaat het hele vermogen alsnog naar de kinderen. Bij wat grotere vermogens krijgen de kinderen dan alsnog een forse aanslag erfbelasting. In veel gevallen pakt de tweetrapsmaking, bezien over de twee overlijdens tesamen, een stuk duurder uit dan in de situatie dat de kinderen bij het eerste overlijden al een deel zouden erven. Daarom is een testament met alléén een tweetrapsmaking ook niet echt aan te bevelen. De meeste flexibiliteit krijgt men door te bepalen dat bij het eerste overlijden de langstlevende vrij mag kiezen hoe de nalatenschap wordt verdeeld. Afhankelijk van de omstandigheden op dát moment – denk aan leeftijd en levensverwachting, vermogenspositie, inkomen uit pensioen, consumptiepatroon, situatie kinderen enz. – kan de langstlevende dan de keuze maken tussen bijvoorbeeld een tweetrapsmaking of de toekenning van papieren erfdelen aan de kinderen, waarover rente bijgeschreven gaat worden. Een dergelijk keuzetestament zorgt er dus voor dat men niet op het moment van maken van het testament al een definitieve keuze moet maken, maar dat dat moment wordt doorgeschoven naar het eerste overlijden. Kortom, het is een prima zaak dat de Radar-uitzending de mensen heeft wakkergeschud en laat nadenken over hun testament. Maar kiest u nu niet massaal voor de tweetrapsmaking. Gun u zelf en/of uw partner de flexibiliteit van een keuzetestament. Dat is de beste keuze!