Column: Het zit in een stichting!

Geplaatst: 3 november 2009

Onlangs kwam nieuwbakken BN-er Ab Osterhaus in opspraak omdat hij een kleine 10 procent van de aandelen had in een bedrijf dat een bepaalde rol had bij de ontwikkeling van een vaccin tegen de Mexicaanse griep. De viroloog verdedigde zich fel tegen de beschuldigingen van belangenverstrengeling en zijn werkgever Erasmus Medisch Centrum wijdde er een heus persbericht aan. Daarin werd betoogd dat de bewuste aandelen zijn ondergebracht in een onafhankelijke stichting, zodat Osterhaus er geen zeggenschap over heeft en zich ‘dus’ geen belangenconflict kan voordoen.

Kroonprins Willem-Alexander kwam afgelopen zomer eveneens onder vuur te liggen, hij vanwege het in het Mozambikaanse Machalangulo te bouwen vakantiehuis. Ook in dit geval is een stichting opgetuigd om het belang in het omstreden project te beheren. De Rijksvoorlichtingsdienst meldde dat daarmee “afstand was gecreëerd tussen Willem-Alexander en het vastgoedproject”. De secretaris van het stichtingsbestuur zei dat “eventuele problemen rond het project vanaf nu voor rekening zijn van de stichting, en niet in verband worden gebracht met Willem-Alexander als aandeelhouder.”

Het klinkt bijna als een toverformule: je roept “Het zit in een stichting!” en alle problemen zijn uit de wereld. Uiteraard is de werkelijkheid minder simplistisch. Een stichting als hier bedoeld wordt vaak ‘administratiekantoor’ genoemd. Dat heeft niets met boekhouden te maken maar met administreren in de betekenis van ‘beheren’. De stichting beheert andermans vermogen, zoals een voogd, bewindvoerder en curator dat ook doen. De zeggenschap over het vermogen (vaak aandelen in een BV, maar het kan ook ander vermogen zijn) ligt dus bij het stichtingsbestuur, maar dat beheert het niet voor zichzelf, maar voor een ander, namelijk degene die het uiteindelijke financieel belang hebben. Er kunnen tal van redenen zijn om zo’n scheiding aan te brengen tussen zeggenschap en financieel belang. Bijvoorbeeld omdat de uiteindelijke eigenaren van het vermogen nog te jong of onvoldoende deskundig zijn om het vermogen zelf te beheren. Of omdat men een aandeelhouder met een minderheidsbelang toch een vetorecht wil geven over belangrijke beslissingen in het bedrijf. Of omdat een ondernemer werknemers wel aandelen, maar geen zeggenschap wil geven. In al deze – en nog duizend andere – gevallen kan een stichting administratiekantoor goede diensten bewijzen.
Kortom, je hebt stichtingen in soorten en maten en het feit dat aandelen of andere vermogensbestanddelen in een stichting zijn ondergebracht, zegt op zichzelf nog niets. Ten eerste blijft het financiële belang ondanks tussenschuiven van de stichting gewoon berusten bij de eigenaar. In het voorbeeld van Osterhaus wordt zijn belang in de onderneming wel degelijk meer waard als het bedrijf winst maakt dankzij de ontwikkeling van griepvaccins, ongeacht of hij daar zeggenschap over heeft. Ten tweede is van belang hoe het bestuur van de stichting wordt benoemd. In het geval van de Stichting Administratiekantoor Machangulo staat in de statuten dat ten minste tweederde van de bestuursleden “de facto onafhankelijk van de Prins van Oranje en diens bloed- en aanverwanten moeten kunnen beraadslagen en handelen”. Klinkt goed, zult u zeggen, ware het niet dat deze passage direct gevolgd wordt door de bepaling dat de bestuursleden worden benoemd én ontslagen door Willem-Alexander himself. Hoezo onafhankelijke stichting?