Column: Minder dan 500 kilometer

Geplaatst: 8 september 2009

De bijtelling privégebruik auto is een van de meest gehate belastingregelingen. Begrijpelijk, want 25 procent – uitgaande van een auto in de gewone milieuklasse – over de cataloguswaarde is echt aan de hoge kant. Ik ben ervan overtuigd dat de bijtelling in veel gevallen hoger is dan de werkelijke besparing. Geen wonder dan ook dat velen proberen hier onderuit te komen.
De wetgever heeft dit – bewust – erg moeilijk gemaakt. Men moet dan namelijk overtuigend aantonen dat de auto in het kalenderjaar voor minder dan 500 km voor privédoeleinden is gebruikt. In beginsel moet dit blijken uit een sluitende km-administratie. De fiscus is hier uiterst kritisch op en zet alle mogelijke controlemiddelen in. Zo moet de km-administratie de bezochte adressen exact weergeven, moeten de gereden afstanden kloppen en moet alles precies op elkaar aansluiten. De bezochte adressen worden vergeleken met agenda’s, werkbriefjes e.d. alsmede met het brandstofverbruik volgens de tankbonnen. En denk verder aan verkeersboetes en acties waarbij de Belastingdienst massaal kentekens heeft vastgelegd op parkeerplaatsen van toeristische locaties. Als de berijder van de auto later in zijn km-administratie op die dag geen (privé)rit naar bijvoorbeeld de Efteling vermeldt, heeft hij iets uit te leggen. Kortom, de fiscus heeft tal van instrumenten om te controleren of de km-administratie wel deugt.
Daar komt bij dat de wettelijke grens zo laag is gesteld dat een relatief kleine correctie er vaak al toe leidt dat de 500 km worden overschreden. Dat ondervond ook een BV-ondernemer met een auto van de zaak van 120.000 euro. Hij hield een km-administratie bij en reed privé een ruime MPV voor zijn gezin met vijf kinderen. Woon-werkverkeer telt voor deze regeling als zakelijk en volgens de man gold dat dus ook voor de ritten die hij maakte om thuis de lunch te gaan gebruiken. De inspecteur zag dat anders en kwalificeerde die ritten als privé, met als gevolg dat de 500 km-grens zou worden overschreden en ineens de volle bijtelling zou gelden. De wet is hier niet echt duidelijk over, maar de rechter dacht in dit geval met de ondernemer mee. Niet in discussie was dat de ritten die de man begin en einde dag maakte naar en van zijn werk, zakelijk waren. De ritten die hij reed om thuis te gaan lunchen volgden exact hetzelfde traject en waren dus ook zakelijk, aldus de rechter.
In bijzondere gevallen kan men ook zonder sluitende km-administratie onder de bijtelling uitkomen, maar eenvoudig is dat allesbehalve. Zo betoogde een werknemer een paar jaar geleden voor de rechter dat hij naast de Renault van de zaak privé nog een Volvo had. Bovendien stond in zijn arbeidscontract dat hij de Renault niet privé mocht gebruiken, op straffe van een boete van 500 euro per overtreding. De man stelde dat hij zes of zeven dagen per week werkte en dus nauwelijks aan privéritten toekwam. Eén keer deed zijn Volvo het vijf dagen niet en reed hij 350 km privé met de Volvo. In weerwil van het boetebeding had zijn werkgever daar geen probleem mee gehad. Men zou denken dat hij daarmee zijn eigen graf had gegraven, maar de rechter was van de eerlijkheid juist zeer onder de indruk en vond dat dit de geloofwaardigheid van het totale verhaal versterkte. Ik zou hieraan echter maar geen voorbeeld nemen. Het enige wat echt werkt, is een sluitende km-administratie zonder ritten waarover discussie kan bestaan.