Column: Nogmaals de tweetrap

Geplaatst: 20 april 2010

Mijn vorige column over het tweetrapstestament heeft veel reacties opgeroepen. Enerzijds werd gevraagd om nadere verduidelijking, anderzijds waren sommigen het oneens met mijn kanttekeningen bij het tweetrapstestament. Allereerst de verduidelijking. Men neme een echtpaar met drie kinderen en een gezamenlijk vermogen van drie ton. Vader overlijdt. De eerste vraag is dan hoe groot de nalatenschap is. Daarvoor is niet een eventueel testament bepalend, maar het huwelijksgoederenregime. Simpel gezegd: bij een gemeenschap van goederen is ieder eigenaar van de helft en vererft dus de anderhalve ton van vader. Als er huwelijkse voorwaarden zijn, kan dat anders liggen. Als we uitgaan van een gemeenschap van goederen vererft bij overlijden van vader dus anderhalve ton. Bij toepassing van de tweetrapsmaking krijgt moeder alles en de kinderen niks. Moeder betaalt geen erfbelasting vanwege de partnervrijstelling van maximaal zes ton. Laten we aannemen dat het vermogen bij het latere overlijden van moeder nog steeds drie ton bedraagt. Elk kind erft dan een halve ton van moeder én, door de werking van het tweetrapstestament, alsnog een halve ton van vader. Na aftrek van de vrijstelling van 19.000 euro is daarvan steeds 31.000 euro belast tegen tien procent en de kinderen zijn derhalve in totaal 18.600 euro erfbelasting verschuldigd. Het min of meer traditionele testament kent bij het overlijden van vader aan moeder en de kinderen ieder een erfdeel van 37.500 euro toe. Feitelijk gaat het gehele vermogen – net als bij de tweetrapsmaking – naar moeder, want de kinderen erven alleen niet-opeisbare vorderingen op moeder. Nadeel is dat de kinderen hierover al wel erfbelasting moeten betalen, in totaal 5.550 euro. Daar staat tegenover dat jaarlijks zes procent rente kan worden bijgeschreven bij de papieren vorderingen. Dat is interessant, want over die bijgeschreven rente hoeven de kinderen bij het overlijden van moeder geen erfbelasting meer te betalen. Hoe langer moeder haar echtgenoot overleeft, hoe lager de dan nog verschuldigde erfbelasting. Na dertien jaar zijn de vorderingen zodanig opgelopen dat dan helemaal geen erfbelasting meer is verschuldigd. De concrete hoogte van het verschil in erfbelasting is van tal factoren afhankelijk, met name van de hoogte van het vermogen, het aantal kinderen en de periode dat de langstlevende de eerstoverledene overleeft. Kortom, het tweetrapstestament heeft als evident voordeel dat bij een nalatenschap van maximaal 6 ton (bij een gemeenschap van goederen dus een gezinsvermogen van 1,2 miljoen) bij het eerste overlijden geen aanslag erfbelasting op de mat valt. Daar staat tegenover dat men in totaal – over beide overlijdens tesamen bezien – veelal meer erfbelasting verschuldigd is dan bij andere manieren om de nalatenschap te verdelen. Daarom blijf ik erbij dat de ‘heiligverklaring’ van het tweetrapstestament in de uitzending van Tros Radar wat eenzijdig is. Overweeg ook het opmaken van een keuzetestament, waarvan overigens oneindig veel vormen bestaan. Voordeel van een goed vormgegeven keuzetestament is dat de langstlevende pas bij het eerste overlijden een definitieve keuze hoeft te maken. Bij die keuze kunnen alle dán bekende omstandigheden en wensen worden betrokken en kan zodoende de optimale keuze worden gemaakt.