Column: Ondernemer in crisistijd
Geplaatst: 7 september 2010
In januari 2008 schreef ik op deze plaats over het explosief groeiende aantal zzp-ers (zelfstandigen zonder personeel). Gelet op de toenemende individualisering, de wens tot flexibilisering en de – toen nog – gunstige economie was de verwachting dat deze groei nog wel even zou aanhouden. Het economisch tij is sindsdien volledig omgeslagen en dat heeft de zzp-ers niet onberoerd gelaten. Eigen baas betekent niet alleen in hoogtijdagen goed verdienen, maar ook in crisistijd onbetaald thuis zitten óf voor een rotprijs klussen moeten aannemen. De forse fiscale voordelen die de ondernemer – en dus ook de zzp-er – van de overheid krijgt toebedeeld, komen in dat geval extra van pas. Toch is alertheid geboden, want de crisis kan indirect ook gevolgen hebben voor de inkomstenbelasting. Zo is er de magische grens van 1225 per kalenderjaar aan de onderneming bestede uren. Haalt men dat aantal niet, dan is er geen recht op zelfstandigenaftrek (en tot en met 2009 ook niet op de mkb-winstvrijstelling). Als er te weinig opdrachten binnenkomen, kan men proberen dit aantal te halen door indirecte werkzaamheden als acquisitie, studie en productontwikkeling, maar de mogelijkheden daarvan zijn zeker niet onbeperkt. Verder is voor de afbakening van het zelfstandig ondernemerschap ten opzichte van de dienstbetrekking het hebben van meerdere opdrachtgevers van groot belang. Zeker als de zzp-er op andere relevante criteria, zoals investeringen en zelfstandige marktbenadering, laag scoort. Het is goed denkbaar dat door de crisis het aantal potentiële opdrachtgevers afneemt en de zzp-er noodgedwongen (nagenoeg) geheel voor een en dezelfde ‘baas’ heeft gewerkt. Maar er is ook goed nieuws, in die zin dat het lopen van risico’s óók een wezenlijk onderdeel van het fiscale ondernemerschap is. Daarbij gaat het zowel om het risico van te weinig omzet als het debiteurenrisico. Een zzp-er die wordt geconfronteerd met tegenvallende omzet en/of onbetaalde facturen heeft – hoe vervelend ook – daarmee dus ook een argument voor als de fiscus zijn ondernemerschap mocht betwisten. Als we het over zzp-ers hebben, moeten we het ook hebben over de VAR, voluit de Verklaring ArbeidsRelatie. Doelstelling daarvan is om opdrachtgevers die freelancers willen inhuren niet met de onzekerheid op te zadelen of wel of geen sprake is van een verkapt dienstverband, met alle bijbehorende verplichtingen. Een uitstekende gedachte want welke gewone burger kan nog wijs uit het oerwoud van fiscale en sociaalrechtelijke regeltjes? Maar helaas dreigt de VAR aan zijn eigen succes ten onder te gaan. Vorig jaar zijn zo’n 350.000 VAR-verklaringen aangevraagd. Hoe goed heeft de fiscus dat enorme aantal nog in beeld? En inmiddels schijnen er zelfs valse VAR-verklaringen te circuleren en heeft de Belastingdienst een heus Landelijk Coördinatiepunt VAR ingesteld waarbij men de juistheid van een VAR kan verifiëren. Gekker moet het niet worden, zou ik zeggen! Om in dit hele circus meer ordening te brengen bepleit ik twee maatregelen. Allereerst zou ik minder belastingvoordeel willen geven aan zzp-ers en meer aan ‘echte’ ondernemers, dat wil zeggen bedrijven die investeringen doen en personeel in dienst hebben. Ten tweede zou ik het aan de mensen zelf willen overlaten om te kiezen tussen ondernemerschap of dienstbetrekking. Een weloverwogen keuze voor ondernemerschap betekent dan de bijbehorende fiscale status, maar ook de verantwoordelijkheid om zelf te zorgen voor pensioen en arbeidsongeschiktheidsverzekering. Ondernemer ben je niet alleen als de zon schijnt, maar ook als het regent!








Wil Vennix, fiscaal vennoot bij De Beer Accountants & Belastingadviseurs, schrijft al ruim tien jaar fiscale columns voor diverse dagbladen. Aanvankelijk voor Brabants Dagblad, sinds 2007 ook voor de overige Wegener-dagbladen. Naast Brabants Dagblad zijn dat Eindhovens Dagblad, BN-deStem, Twentsche Courant Tubantia, De Stentor, De Gelderlander en de PZC (totale oplage plm. 850.000). Elke vier weken publiceert Wil een artikel, waarin op toegankelijke wijze verslag wordt gedaan van actuele ontwikkelingen op het gebied van belastingen.