Column: Stevig als een huis

Geplaatst: 15 juni 2010

Na een campagne waarbij de lijsttrekkers meer dan ooit de televisie en de kranten beheersten, heeft ‘de kiezer’ eindelijk gesproken. Jammer alleen dat we zijn opgezadeld met een ongekend verdeeld partijenlandschap waardoor een stabiele regeringscoalitie nauwelijks mogelijk lijkt. Qua fiscaliteit ging het in de campagne en debatten maar om één onderwerp: de hypotheekrenteaftrek. Daarbij werd de ingewikkelde werkelijkheid steevast versimpeld tot een voor of tegen de hypotheekrenteaftrek, waarbij alle nuances werden weggewalst. Zo vind ik het bijvoorbeeld onbegrijpelijk dat je de geharnaste voorstanders van de renteaftrek nooit hoort over de overdrachtsbelasting. Die volstrekt achterhaalde, middeleeuwse, tolheffing laat iemand die een huis van drie ton koopt 18.000 euro ophoesten. Wist u dat hij dat geld gemiddeld pas na drie tot vier jaar heeft ‘terugverdiend’ via de hypotheekrenteaftrek? En als hij na een paar jaar een andere woning koopt – bijvoorbeeld vanwege een verhuizing voor het werk – dan begint het circus weer opnieuw. Dáár zou men nou eens een breekpunt van moeten maken! Uiteraard is het ineens afschaffen van de renteaftrek maatschappelijk onacceptabel en economisch desastreus. Maar dat hoeft ook helemaal niet en wordt ook door niemand voorgesteld. Een commissie uit de SER heeft onlangs een bruikbaar rapport gepubliceerd voor een integrale hervorming van de woningmarkt. De commissie constateert dat de huidige woningmarkt veel knelpunten kent, onder andere als gevolg van de fiscale stimulans om de eigen woning maximaal te financieren met vreemd vermogen. Nederland heeft daardoor de hoogste hypotheekschuld van Europa, met als gevolg een onnodig groot financieel risico voor huishoudens en een onnodig groot beslag op de schatkist. De SER-commissie werkt vervolgens een nieuw systeem waarbij de eigen woning overgaat naar box 3 en waarin huurders en kopers zoveel mogelijk gelijk worden behandeld. De lage inkomensgroepen krijgen een woonlastensubsidie die niet afhankelijk is van de betaalde huur of hypotheekrente, maar van het inkomen. Gelet op de ingrijpendheid van haar plannen stelt de commissie voor deze in te voeren met een aankondigingstermijn van vijf jaar en een overgangsperiode van 25 jaar. Dit om de markt zo min mogelijk te verstoren en iedereen de kans te geven in te spelen op de nieuwe regels. Gelet op de verkiezingsbeloften maakt dit voorstel de komende kabinetsperiode weinig kans. Welke samenstelling het ook wordt, een kabinet zonder VVD en/of CDA is niet denkbaar en beide partijen hebben beloofd dat bij hen “de renteaftrek staat als een huis”. De kans is dan ook groot dat de komende jaren op dit vlak niets verandert. Ongetwijfeld krijgen we dan in de eerstvolgende verkiezingscampagne wederom de simplistische keuze voorgespiegeld tussen “doorgaan met subsidiëren van rijke villabewoners” of “het aantasten van de financiële zekerheid van alle woningbezitters”. Degenen die nu voor de beslissing staan wel of niet een huis te kopen, blijven daardoor met onzekerheid zitten. Gelet op het belang van een goed functionerende woningmarkt zou de politiek er goed aan doen hiervoor een oplossing te zoeken die breed gedragen wordt en waar we decennia lang mee vooruit kunnen. Daarvoor is wel vereist dat men verder denkt dan het partijbelang op de korte termijn en of dat gaat lukken, valt helaas sterk te betwijfelen. De hypotheekrenteaftrek is daarmee verworden tot een huis dat stevig staat… maar alleen tot de eerstvolgende verkiezingen.