Column: Werk aan de winkel!
Geplaatst: 13 juli 2010
Discussies tussen werkgevers en de belastingdienst gaan vaak over kostenvergoedingen. Geen wonder, want het maakt nogal wat uit of een bedrag kan worden uitbetaald als onbelaste kostenvergoeding dan wel als belast loon. Het verschil tussen bruto en netto loopt in Nederland – belastingen en premies tezamen – immers al snel richting vijftig procent. Een werknemer honderd euro kostenvergoeding geven kost de werkgever dus niets extra, maar als die uitbetaling als netto loon wordt gezien, kost het de werkgever zomaar het dubbele. Werkgevers en werknemers hebben dus een gezamenlijk belang om de onbelaste kostenvergoeding zo hoog mogelijk op te voeren, maar vinden daarbij de inspecteur op hun weg. Dit kan tot zeer onaangename verrassingen leiden. Neem een bedrijf dat zijn twintig werknemers maandelijks ieder vijftig euro kostenvergoeding betaalt. Bij een controle blijkt dat dit niet voldoende kan worden onderbouwd. De fiscus merkt de uitbetaalde bedragen als nettoloon aan en heft over vijf jaar loonbelasting en premies na. Inclusief rente en boetes gaat het dan al snel over een bedrag tussen de halve en hele ton! De wetgeving met betrekking tot kostenvergoedingen gaat per 1 januari 2011 helemaal op de helling. Volgens het ministerie van Financiën moet iedereen blij zijn met de nieuwe ‘werkkostenregeling’, want die zou het bedrijfsleven een administratieve lastenverlichting opleveren van 124 miljoen euro. Ik denk dat het tegenovergestelde het geval is: de nieuwe regeling dient vooral om controles door de belastingdienst makkelijker te maken. Op zich niets mis mee, ware het niet dat dit leidt tot een verdere vervuiling van het loonbegrip. Als een werkgever aan zijn werknemer bepaalde kosten vergoedt die direct samenhangen met de uitoefening van de werkzaamheden, moet dat naar mijn mening buiten de belastingheffing vallen. Het gaat niet aan om hetzij de werkgever hetzij de werknemer hiervoor te gaan belasten. En dat is wel wat dreigt onder de nieuwe werkkostenregeling. Bovendien krijgen alle bedrijven een vast budget voor onbelaste kostenvergoedingen van 1,4 procent van de totale loonsom. Dit terwijl er tussen de verschillende branches, beroepen en functies ernorme verschillen bestaan in de noodzaak van het maken van kosten. Verder kan een werkgever onder de nieuwe regeling zaken als mobiele telefoons en werkkleding nog wel onbelast aan de werknemers verstrekken, maar deze kosten niet meer belastingvrij vergoeden. De logica daarvan ontgaat eenieder, maar het staat wel in de wet. Want let wel: het is geen wetsvoorstel meer, het is een wet die najaar 2009 al is aangenomen. Daarbij is bepaald dat de wet niet al op 1 januari 2010 in werking zou treden, maar op 1 januari 2011. Bovendien hebben werkgevers de mogelijkheid om nog drie jaar te kiezen voor de huidige regeling. Pas op 1 januari 2014 gaat men verplicht over naar de nieuwe regeling. Dat is echter geen reden om achterover te leunen. Een verstandige werkgever laat nu al beoordelen welke gevolgen de werkkostenregeling heeft voor zijn bedrijf. Is het voordelig, dan kan hij per 2011 al over. Is het nadelig, dan opteert hij nog enkele jaren voor het huidige regime, maar kan tegelijkertijd wel worden gewerkt aan aanpassing van arbeidsvoorwaarden aan de nieuwe regels. Werk aan de winkel dus!








Wil Vennix, fiscaal vennoot bij De Beer Accountants & Belastingadviseurs, schrijft al ruim tien jaar fiscale columns voor diverse dagbladen. Aanvankelijk voor Brabants Dagblad, sinds 2007 ook voor de overige Wegener-dagbladen. Naast Brabants Dagblad zijn dat Eindhovens Dagblad, BN-deStem, Twentsche Courant Tubantia, De Stentor, De Gelderlander en de PZC (totale oplage plm. 850.000). Elke vier weken publiceert Wil een artikel, waarin op toegankelijke wijze verslag wordt gedaan van actuele ontwikkelingen op het gebied van belastingen.